Adriaan Geuze, de ontwerper en het ontwerp

Het zwierige Máximapark is ontworpen door Adriaan Geuze, landschapsarchitect met een grote reputatie op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. Faam verwierf hij met onder meer het Centraal Station in Rotterdam, de wijk Borneo-Sporenburg in Amsterdam, Governors Island in New York, Toronto Central Waterfront en de Jubilee Gardens in Londen. Én het prachtige Máximapark, dat zowel levendig als rustgevend is.

Al meer dan twintig jaar werkt Geuze aan het Máximapark, sinds hij in 1997 de opdracht verwierf. Parkontwerp is een langzaam vak. Het park is 300 hectare groot, vergelijkbaar met de binnenstad van Utrecht. ‘Driehonderd hectare is te veel voor een stadspark’, zei hij eens over de omvang van het park, ‘maar Leidsche Rijn heeft wel zoiets wel nodig. Zijn antwoord op die enorme omvang: delen van het park richtte hij in met openbare functies, zoals sportvelden, moestuinen en bestaande natuur – en noemde die het Buitenhof. En daarbinnen kwam een echt stadspark van zo’n 45 hectare – die het Binnenhof gedoopt werd.

Over het fenomeen stadsparken: die ontstonden in de 19e-eeuwse, toen de maatschappij in rap tempo industrialiseerde.  Steden groeiden snel en de luchtkwaliteit was er beroerd. In stadsparken konden stadsbewoners ontspannen, even weg zijn van de drukte en frisse(re) lucht inademen. Dat is nog steeds een belangrijk doel, meent Geuze. In het park moeten alle lasten even van je afvallen. Het is vooral de beleving van niets: het park is van jou, van het weer, van de seizoenen, van de vogels. Daar is enorme behoefte aan in de Randstad. Mensen hebben behoefte aan tuinen dichtbij huis. Ze willen groenstructuren die hen verbinden met het landschap, zodat ze het idee hebben dat ze gemakkelijk de stad uit kunnen. Naar stadsparken gaan ze, omdat het daar leuk is. Met de kinderen of de hond, of om naar meiden te kijken.’ Goede stadsparken kennen volgens hem gedurende de hele dag een overlap aan gebruikers: kinderen die na school het park aandoen, werknemers die er de lunch gebruiken, moeders die er met hun kleine kinderen spelen, of bewoners die er hun hond uitlaten.

In het Máximapark bedacht hij een groot aantal blikvangers: zoals het Lint, de Parkpergola, de Vikingrijn, de Japanse Tuin, de Lelievijver, het trekpontje op Alendorp. Heel uiteenlopend. Al deze blikvangers liggen binnen een sterk casco dat het toch een samenhangend park maakt.

Zo is daar Het Lint, een 8 km lang geasfalteerd pad van 6 meter breed in de brede groenstrook om het park. Het is op zichtlijnen ontworpen: als je eroverheen wandelt, fietst of skate, ontrolt zich een afwisselend landschap van kerktorens, woningen en hoekpunten. Het asfalt is versierd met margrietjes. Om het Castellum loopt nog een extra lus van 2 kilometer – daar is het asfalt versierd met Romeinse helmen. Officieel is het Lint een voetpad, maar het is ook zeer geschikt voor fietsers, hardlopers als skaters.

Zeer markant en beeldbepalend voor het Máximapark is de zes meter hoge Parkpergola, die een gebied omzoomt dat een oase van rust is in het park. Het is een aaneenschakeling van witte prefab betondelen, die samen een opvallende constructie vormen die doet denken aan een honingraat. De Pergola vervult zowel een ecologische als botanische functie in het park en biedt plaats aan klim- en leiplanten als Hop, Hedera, Blauwe Regen, Kamperfoelie en een enkele Kiwi. Vogels en vleermuizen vinden er hun schuilplek en insecten hebben op een aantal plekken de hotels voor het uitkiezen. De Pergola meet ongeveer 900 meter en slingert zich een weg door het park. Voor dit architectonische hoogstandje kreeg Geuze in 2015 de prestigieuze Rietveld Publieksprijs. Als het aan hem ligt zal hij tot drie kilometer lengte moeten kunnen uitgroeien.

Een andere parel van het park is de rechthoekige Lelievijver. Die je kunt oversteken via de hoge elegante Lelievijverbrug met het terugkerende margrietmotief in de reling.

Een leuke plek om te bezoeken is Parkrestaurant Anafora, dat in het begin het Park Paviljoen heette. Het bijzondere gebouw is geïnspireerd op een paviljoen van architect Pierre Cuypers, de bekende architect van het Amsterdam Centraal Station, het Rijksmuseum en kasteel De Haar.

Bij de aanleg van het Máximapark is een deel van de oorspronkelijke Vikingrijn is in ere hersteld. De Vikingrijn was de noordgrens van het Romeinse Rijk. Vanaf de Romeinse tijd tot de middeleeuwen was die heel belangrijk voor het transport. In de vroege middeleeuwen werd het nog bevaren door schepen die van Utrecht richting Leiden gingen. Maar de Rijn verzandde hier steeds meer en in 1381 werd de vaarroute vervangen door het Kanaal de Oude Rijn – van De Meern naar Harmelen. De rest van de uitgraving volgt: het water wordt verbonden met de Vleutense Wetering en van daar met Woerden.

Geuze beschouwt het ontwerpen van het park als een antropologische bezigheid: ‘Een park maak je niet aan de tekentafel, je maakt het voor en met toekomstige gebruikers. Je hebt altijd te maken met wensen van lokale gemeenschappen, politiek, maatschappelijke clubs en bedrijven.’ Die clubs betrekt hij die ook graag bij zijn werk. Zo maakte Stichting Bouwloods Utrecht – ‘ambachtelijke houtbewerking door mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’, in De Meern – de houten bruggen die op de binnenroute van het park liggen. De bruggen zijn geïnspireerd op een replica van de zeventiende-eeuwse Nijubashi-brug in het Tokyo Museum, die door de beroemde Japanse schilder Hiroshige is afgebeeld en later ook door Van Gogh. De Bouwloods heeft diverse varianten van die brug gefabriceerd. Geuze: ‘Bewoners waren tot tranen toe geroerd dat de bruggen uit de houtwerkplaats in hun eigen wijk kwamen. Dat is een vorm van eigenaarschap die mij erg aanspreekt.’

Tekst: Lucie Th. Vermij

 

Adriaan Geuze met zijn eigen camera op pad in het Máximapark.

Parkpergola

Adriaan Geuze op werkbezoek in het park

Lelievijver

Adriaan Geuze met Henk Veldhuizen

Het Lint

Paadje door de Binnenhof